Zaak Toos Nijenhuis tegen deurwaarder van de belastingdienst, die een beslaglegging op haar huis had gedaan waarbij geen mogelijkheid tot een eerlijk proces door de rechtbank wordt geboden.

Na lange tijd een briefwisseling met de belastingdienst te hebben gevoerd over de rechtsgeldigheid van de aanslagen, komt er uiteindelijk een dwangbevel tot betaling. Echter het dwangbevel is niet ondertekend en er staat geen naam onder. Het is dus geen rechtsgeldige vordering. Dan komt de deurwaarder van de belastingdienst (niet onpartijdig) met een betekend exploot. Hij doet een beslaglegging op haar huis met zijn betekening. Hij is de eerste die een handtekening onder een document of vordering zet. Hij maakt met zijn handtekening van een ongeldige vordering een rechtsgeldig vordering. Na herhaald aandringen op de rechtsgeldigheid waarop hij zijn handelingen baseert, krijgt Toos geen reactie. Het behoort echter tot zijn taak om te controleren of de vordering rechtsgeldig is. Deurwaarder Dassen heeft zich strafbaar gemaakt aan fraude, valsheid in geschrifte, meineed, zelfverrijking etc. Middels een dagvaarding voor een strafrechtzitting wilde Toos dit door een rechter laten rechtspreken.

De hele procedure voor een dagvaarding binnen het strafrecht was exact gevolgd, zoals het op de site van rechtspraak.nl site stond aangegeven. De aangegeven procedure was misleidend, want op de dag van de rolzitting bleek dat er op de rechtbank geen rolzittingen voor strafzaken waren. Een uur later was de tekst hierover van de site. De rechtbank stelt dat alleen het openbaar Ministerie kan dagvaarden binnen het strafrecht. Dit betekent geen eerlijk proces en geen toegang tot een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een mens en dus het schenden van mensenrechten.

Documenten en bewijslast